13 januari 2019

Blog #13 – Hvala!

Deze blogserie zou niet mogelijk zijn geweest zonder de hulp, het advies en het vertrouwen van verschillende mensen.

Allereerst bedankt Ida. Bedankt voor jouw persoonlijke verhalen over de belegering van Sarajevo die mij inspireerde om Bosnië in 2017 voor het eerst te bezoeken.

Ik had deze verhalen niet kunnen schrijven zonder de hulp en het vertrouwen van Elvir. Bedankt voor de uitnodiging om jouw geboortedorp, Srebrenica en Potocari te bezoeken. Ik realiseer me dat de verwerking van de gebeurtenissen uit de zomer van 1995 een levenslang proces is. Bedankt voor het vertrouwen en alle pijnlijke herinneringen die je met me gedeeld hebt.

Mijn dank gaat uit naar de (oud)bewoners van Pomol. Bedankt voor jullie openheid en gastvrijheid. Zelden heb ik zulke oprechte en pure mensen ontmoet. Bedankt dat ik deelgenoot van jullie rouwproces mocht zijn. De herdenkingen op 11 en 18 juli hebben diepe indruk op me gemaakt.

Bedankt Nejra en Meho. Bedankt voor het openhartig delen van jullie verdriet, pijn en hoop voor de toekomst. Maar bovenal bedankt voor jullie vriendschap. Jullie zijn bijzondere mensen en ik ben blij dat ik jullie heb leren kennen.

Ook bedankt Adnan, Edin, Dajana, Edita en Osman voor het delen van jullie inzichten en ervaringen.

Tot slot bedank ik mijn lieve vriendin Dewi Leming. Zonder haar hulp was deze blog er nooit geweest. Ik had geen betere ontwerper en websitebouwer tijdens dit proces kunnen wensen. Vanaf het moment dat er nog niets anders dan een vaag plan lag, tot de realisatie van de website.

Voorlopig is dit het laatste deel van mijn blogserie over Bosnië. Ik neem een korte pauze om te reflecteren en nieuwe inspiratie op te doen. In maart ben ik terug met nieuwe serie.

Hvala!

30 december 2018

Blog #12 – Laat ‘maar dit nooit meer’ in 2019 een concrete betekenis krijgen.

“Ik kan niet beloven dat de taxichauffeur jullie naar het appartement kan brengen” benadrukt de werknemer van het taxibedrijf. Misschien had ik in de afgelopen dagen niet zo wanhopig voor hevige sneeuwval moeten bidden. We bevinden ons op zo’n 100 kilometer afstand van de eindbestemming. Ik ben bekend met de kronkelige en slecht onderhouden eenmanswegen die Tuzla met Sarajevo verbinden. In de zomer heb ik deze route ontelbare keren gereden, maar nu hadden mijn vrienden me overtuigd van een winters bezoek.

Bismillah.

In 2018 publiceerde ik een verhalenreeks over de impact van het conflict in Bosnië en Herzegovina (1992-1995). Ik wilde onderzoeken wat de impact van het conflict op de hedendaagse samenleving, gemeenschappen en individuen is. Mijn zoektocht bracht me meerdere keren naar Bosnië. Ik bezocht verschillende steden en dorpen in centraal, zuid en oost Bosnië om te luisteren, ervaren, voelen en zien. Ik wilde geen ‘standaard’ verhaal óver mensen maken die prima in staat zijn om hun eigen verhaal te vertellen. Deze serie moest niet over mij gaan, dit zijn hun verhalen.

De verhalen die ik op mijn blog deel, vertellen slechts een fractie van de tragedie die zich hier in de jaren “90 heeft afgespeeld. Het conflict ontnam meer dan 100.000 mensen het leven. Nog veel meer mensen raakten gewond of ontheemd. Iedereen heeft een eigen persoonlijk verhaal en dat zijn er te veel om te vertellen. Desondanks hoop ik dat ik erin geslaagd ben om de menselijke maat terug te brengen in een realiteit die gekenmerkt wordt door anonimiteit en cijfers.

Dit zijn de verhalen van échte mensen. Ze zijn echt gebeurd en ze gebeuren nog steeds. Elke dag opnieuw. En we staan het toe. Jij, ik, wij. We laten ons gijzelen door machteloosheid of we maken onszelf wijs dat wat er op de wereld gebeurt, buiten onze invloed ligt. Daarmee ontslaan we onszelf zonder pardon van elke morele verantwoordelijkheid.

In deze passieve houding vond ik de noodzaak om verhalen te delen. Opdat mensen zich niet langer achter hun onwetendheid verschuilen. Opdat we ervan zullen leren. Opdat ‘maar dit nooit meer’ een hele concrete betekenis gaat krijgen. Opdat we niet langer toestaan dat de geschiedenis zichzelf blijft herhalen en daarmee talloze slachtoffers maakt. Elke dag opnieuw. Met nog één dag op de teller van 2018 heb ik dan ook een voornemen voor het komende jaar: blijven strijden, blijven zoeken naar de waarheid, blijven luisteren, blijven delen, blijven inspireren.

Mijn speciale dank gaat uit naar alle mensen die ik ontmoet heb en die me een inkijk in hun pijn, verdriet en hoop voor een betere toekomst toevertrouwden.

2 december 2018

Blog #11 – Nejra

Op 11 juli 1995 werd de VN-enclave Srebrenica door het Bosnisch-Servische leger ingenomen. In de daaropvolgende dagen werden vrouwen en kinderen gedeporteerd en 8.372 moslimmannen en jongens vermoord. De systematische slachting is door de internationale gemeenschap erkend als de grootste daad van genocide in Europa sinds te Tweede Wereldoorlog. Toch is er weinig bewustzijn over de gebeurtenissen die zich in de zomer van 1995 in Srebrenica hebben afgespeeld en wordt de genocide door Servië nog altijd ontkent.

Een van de personen die bewustzijn probeert te creëeren over deze gebeurtenissen is Nejra Lilic. Nejra (22) is student Internationale Betrekkingen en Europese Studies. Ik ontmoet haar enkele dagen na de herdenking van 11 juli in een café in Sarajevo. Gepassioneerd vertelt ze over haar project dat ze begin deze maand op Instagram lanceerde. Er klinkt een gevoel van urgentie in haar woorden: “Dit jaar herdenk ik niet alleen op 11 juli, want de slachtoffers verdienen meer dan één dag. Daarom post ik gedurende de maand juli elke dag een verhaal over de genocide.”

Foto: Nejra Lilic (22)

Nejra werd op 3 januari 1996 geboren. Haar ouders waren moslim en kwamen beiden uit Srebrenica. Haar moeder was nog maar enkele maanden zwanger, toen haar vader op 22-jarige leeftijd door het Bosnisch-Servische leger werd vermoord. Daarnaast kwamen haar grootvaders, ooms en andere mannelijke familieleden bij de genocide om het leven. De belangrijkste mannelijke rolmodellen zijn haar al voor de geboorte ontnomen.

De vrouwelijke familieleden waren genoodzaakt om te vluchten. Nejra groeide op in Kroatië, maar keerde voor een universitaire studie terug naar Sarajevo. Ruim 23 jaar later wordt haar moeder nog steeds verscheurd door verdriet waar ze niet over wil praten. “Mijn moeder zegt weleens dat ze niet leeft, maar dat ze enkel bezig is met overleven. Dat is het pijnlijkste dat ik ooit gehoord heb.” Door de trauma’s en de impact van de genocide zijn sommige vrouwen niet in staat om een moederfiguur voor hun kinderen te zijn. Nejra kon daardoor niet met vragen bij haar moeder terecht. Met losse verhalen en flarden aan informatie reconstrueerde ze zorgvuldig de gebeurtenissen om zo antwoorden op haar vragen te vinden.

Door de persoonlijke relatie van Nejra tot de genocide in Srebrenica ziet ze een belangrijke rol voor zichzelf om bij te dragen aan het proces van bewustwording.  “Ook in Bosnië lijken veel jongeren onverschillig. Ze komen uit gebieden die minder hard dan Srebrenica zijn getroffen. Daardoor voelen ze zich misschien minder betrokken bij het conflict en de impact die het nog steeds op persoonlijke levens heeft. Het is voor hen makkelijker om zich te richten op de positieve dingen in het leven. Dat neem ik ze niet kwalijk, want we zijn allemaal individuen, maar ik wil mijn verantwoordelijkheid nemen.”

Dat doet ze door haar persoonlijke ervaringen te verenigen met de academische kennis die ze over de genocide in Srebrenica heeft. Ze spreekt openhartig over de impact van de gebeurtenissen op haar fragiele zelfbeeld en legt probleemloos verbanden met hedendaagse brandhaarden elders ter wereld. “We mogen niet onverschillig zijn, want dan herhaalt de geschiedenis zich.”

Met de ondertekening van de Dayton-akkoorden werd Bosnië en Herzegovina opgedeeld in twee entiteiten: de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Servische Republiek. In de praktijk betekent dat twee entiteiten met ieder een eigen interpretatie van de geschiedenis. Deze interpretatie is geïnstitutionaliseerd en klinkt door in de politiek, media en in het onderwijs. Dat vormt een obstakel om een doorbraak in bewustzijn én erkenning te realiseren.

“De mannen die vermoord zijn, waren onschuldig. Ze hadden geen wapens en konden zich niet verdedigen. Ze heetten Mohammed, Ibrahim of hadden een andere islamitische naam. Ze werden systematisch doodgeschoten. Als dat geen genocide is, wat is het dan wel?”

Foto: insta story @Nejralilic

Ondanks dat de misdaden door de internationale gemeenschap zijn erkend als de grootste genocide in Europa sinds de Tweede wereldoorlog, verkeren Servië en de Servische Republiek nog in staat van ontkenning. Volgens Nejra wordt de genocide vaak gereduceerd tot een ‘gewone’ oorlogsmisdaad door te stellen dat er aan beide kanten van het conflict daders en slachtoffers zijn. “Alle slachtoffers zijn slachtoffer. Maar er is een verschil tussen oorlogsmisdaden en genocide. Het erkennen van genocide is een voorwaarde voor een duurzame toekomst” aldus Nejra.

Daarom is Nejra dit jaar een project op Instagram gestart om de genocide onder de aandacht te brengen. Instagram is geen ‘politiek’ platform, maar het overstijgt de etnische en religieuze lijnen waarlangs Bosnië is opgedeeld. “Als het lukt om 1 procent van mijn volgers te interesseren in Srebrenica, dan komen we door middel van dialoog tot de kern. Het is een utopische wens, maar ik hoop dat we zo kunnen voorkomen dat deze gruwelijkheden ooit nog plaatsvinden.”

Nejra blikt positief terug op de maand. “We zitten bijna aan het einde van de maand en het gaat beter dan verwacht” vertelt ze. “Ik heb een hele diverse ‘instafamily’ en ik krijg veel vragen. Vooral van mensen buiten Bosnië. Natuurlijk krijg ik ook negatieve reacties, maar dat is vooral in de vorm van een ‘block’.” In een land als Bosnië is dat haast niet te voorkomen. In de Servische Republiek is er een andere waarheid die haaks staat op de feitelijke gebeurtenissen, maar dat sterkt Nejra’s overtuiging om bij te dragen aan bewustwording.

Aan de Nederlandse volgers en geïnteresseerden heeft Nejra een gerichte boodschap: “Wij weten wat er in Srebrenica gebeurd is. We weten dat Dutchbat toekeek hoe de mannen door Bosnisch-Servische soldaten van de vrouwen en kinderen werden gescheiden. We hebben de ‘vriendelijke’ ­omgang tussen Mladic en Karremans gezien, waarna elders duizenden moslimmannen werden afgeslacht. Jullie soldaten waren daar. Het gaat al lang niet meer om de schuldvraag, want daar krijgen we de doden niet mee terug. Maar wees bewust van jullie betrokkenheid.”

* Dit verhaal verscheen eerder op Young Critics.

25 november 2018

Blog #10 – The Siege of Sarajevo, deel 2.

Deel 1 gemist? Klik hier om eerst te lezen.

Sarajevo wordt omringd door rijk begroeide bergen. Gisteren verwonderde ik me op één van deze bergtoppen over het panoramische uitzicht. Van oost naar west, het uitzicht reikt zo ver als dat je kunt kijken. De Miljacka rivier baant haar weg door de stad. Langs gebedshuizen en historische gebouwen. Er is geen detail dat aan het oog kan ontsnappen.

De Bosnisch-Servische agressor stationeerde zich tussen 1992 en 1996 in de bergen rondom Sarajevo. Vanaf daar hielden ze de stad onder schot. Voortdurend werden de inwoners met artelleriebeschietingen bestookt. De toevoer van voedsel, water, medicijnen en elektriciteit werd afgesneden. De gevolgen van de belegering waren catastrofaal. Meer dan 11.000 mensen kwamen om het leven.

Sarajevo was een levensgevaarlijke openluchtgevangenis geworden. De levendige buurten lagen er nu verlaten bij. Militaire linies liepen dwars door voorheen druk bezochte straten. Ooit dienden de hoge gebouwen in de stad als orriëntatiepunten, maar tijdens de belegering veranderden ze in sluipschuttersnesten.

Hoewel het aanhoudende geweld de samenleving verlamde, ging het leven op micro-niveau door. Uit noodzaak, omdat er simpelweg geen alternatief in de uitzichtloze situatie was. De inwoners raakten bedreven in het herkennen van inslaande kogels en granaten. Ze manouvreerden zich tussen dood en leven. Overleven.

Dat gold ook voor de tienduizenden kinderen die gedurende de belegering in Sarajevo verbleven. Nezira was één van hen. “Mijn kinderjaren waren niet onbezonnen, maar ik vond een manier om kind te zijn. Tijdens beschietingen schuilden we in de kelder. Daar speelden we totdat er geen schoten meer klonken” vertelt ze. “Daarna ging ik gewoon naar buiten om te spelen. Ik was heel bewust van de situatie en ik wist dat ik voorzichtig moest zijn.”

Oorlogsgeweld is onvoorspelbaar. Momenten van relatieve rust werden wreed verstoord door periodes van aanhoudend geweld. Buiten spelen was nooit zonder gevaar. Ruim 1.600 kinderen werden tijdens de belegering van Sarajevo gedood. Toch probeerden de inwoners van Sarajevo hun kinderen een enigszins ‘normale’ jeugd te geven. Ook onder extreme omstandigheden ging het leven gewoon door.

* Foto: www.rferl.org

18 november 2018

Blog #9 – The Siege of Sarajevo, deel 1.

Ons verblijf in Pomol was niet onopgemerkt gebleven. Meho, een van de oud-bewoners, lijkt verbaasd over ons bezoek aan zijn geboortedorp. Nooit eerder had hij er toeristen gezien. Voor buitenlandse toeristen is Oost-Bosnië geen voor de hand liggende bestemming, tenzij het voor een bliksembezoek aan Srebrenica en Potocari is. Ik begreep zijn verbazing. Zonder een persoonlijke uitnodiging was ik hoogstwaarschijnlijk nooit in Pomol beland.

Een week na mijn vertrek uit Pomol nodigt Meho ons uit in zijn woonplaats Sarajevo. Vanavond is hij onze gids. Vanaf het terras van Park Princeva hebben we het mooiste uitzicht over de stad. De ondergaande zon legt een zacht-roze gloed over Sarajevo. Meho wijst naar een oranje gebouw dat prominent in het zicht staat. “Dat is Veijcnica, de nationale bibliotheek van Sarajevo. In 1992 werd het oorspronkelijke gebouw door Servische artelleriebeschietingen verwoest. Honderdduizenden boeken gingen in vlammen op” vertelt hij.

Terwijl de zon steeds verder wegzakt en de avond valt, kijken we uit op Sarajevo. De skyline wordt gekenmerkt door minaretten, Byzantijnse koepels, synagogen en kerktorens. Ze staan symbool voor het multiculturele leven dat hier is. Of was. Tussen 1992 en 1996 werd Sarajevo belegerd door Bosnisch-Servische troepen. De 400.000 inwoners hebben zwaar geleden onder de vier jaar durende belegering. Voortdurend werden ze door Bosnisch-Servische troepen beschoten. De bevolking werd jarenlang afgesneden van voedsel, medicijnen, water en elektriciteit. Meer dan 11.000 inwoners verloren het leven, waaronder 1.600 kinderen.

We verlaten het terras voor een wandeling door Bascarsije, het historische centrum van Sarajevo. De herinneringen aan de Bosnisch-Servische agressie zijn nog altijd in het straatbeeld aanwezig. De martelaren worden niet vergeten. Ze vonden hun laatste rustplaats tegen de berghellingen van de stad. Kogelgaten, door granaten achter gelaten kraters en aan het lot overgelaten verwoeste gebouwen. De straten vertellen hier ieder een eigen verhaal.

Deel 2 verschijnt op zondag 25 november om 11:00 uur online.

28 oktober 2018

Blog #8 – Peacebuilding

Meer dan 20 jaar na de oorlog, is de weg naar een vreedzame en inclusieve samenleving in Bosnië en Herzegovina nog altijd ver weg. Duizenden Bosniërs zijn ontheemd en bijna de helft van de inwoners is werkloos. Meer dan 18 procent van de bevolking leeft onder de armoedegrens. Oorlogsslachtoffers en hun families worstelen nog steeds met het herstel en zo’n 400.000 Bosniërs leiden aan het Post Traumatisch Stress Syndroom. De etnische gemeenschappen en het onderwijs zijn sterk gesegregeerd. Dat gecombineerd met de nationalistische retoriek van politici vormt een obstakel voor een duurzame toekomst.

Het is maandagochtend en ik ben onderweg naar een afspraak met Edita. Ik heb met haar afgesproken in een café net buiten het centrum van Sarajevo. Edita is psycholoog en heeft een jarenlange ervaring in het werken met oorlogsslachtoffers. Ze is een deskundige op het gebied van Peacebuilding in Bosnië en werkt als projectleider bij Catholic Relief Services. De organisatie werkt intensief samen met politici, lokale overheden, religieuze leiders, media, academici en inwoners van verschillende gemeenschappen.

In 1995 maakte het Dayton-akkoord een einde aan het bloedige conflict, maar het institutionaliseerde de segregatie tussen etnische groepen. Het land werd opgedeeld in twee entiteiten, namelijk de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Servische Republiek. Buitenstaanders zien Bosnië vaak als een multicultureel land, maar wie inzoomt, komt bedrogen uit. Het akkoord definieert weliswaar het bestaan van één staat, maar in praktijk is daar volgens Edita geen sprake van.

De etnische groepen leven sterk gesegregeerd. Ze hebben een eigen bestuur, een eigen onderwijssysteem en een eigen waarheid. Bovendien moedigt het politieke systeem mensen aan om binnen de eigen gemeenschap te blijven, terwijl juist daar de doorbraak gerealiseerd kan worden. “Er zijn voorbeelden van mensen die in bittere armoede leven, maar niet elders willen wonen en werken. Ze zijn bang dat ze discriminatie ondervinden als ze ergens anders niet tot de dominante meerderheid behoren” vertelt Edita.

Na de oorlog zijn etnisch homogene gemeenschappen gecreëerd. Dat vormt vandaag een obstakel om tot een duurzame en inclusieve samenleving te komen. Daarvoor moeten mensen gestimuleerd worden om terug te keren naar de plek waar ze voor de oorlog woonden. Maar volgens Edita ligt dat gevoelig: “Ik zou ook niet terugkeren naar zo’n plaats. Alles is weg, je bent daar dierbaren verloren en de omgeving herinnert je constant aan de afschuwelijke gebeurtenissen. Het is als een nachtmerrie die je steeds weer opnieuw beleeft”

Peacebuilding in Bosnië is zacht gezegd ingewikkeld. De verwachtingen van de internationale gemeenschap zijn hoog, maar Edita benadrukt dat het juist belangrijk is om naar de kleine stappen op de lange termijn te kijken. Volgens haar is er wel degelijk resultaat. Bijvoorbeeld in Srebrenica, waar de Bosnisch-Servische meerderheid tien jaar geleden nog ontkende dat er überhaupt  ‘iets’ gebeurd is in de zomer van 1995. “Nu wordt de genocide nog ontkent, maar de acceptatie van een oorlogsmisdaad is daar. Het is in beweging.”

Dat mythes hardnekkig zijn, blijkt uit de context van Bosnië en Herzegovina. Edita grapt dat zelfs feiten hier twijfelachtig zijn. “In dit land heeft iedereen zijn eigen waarheid. Daarom moeten we geduldig en sensitief te werk gaan. We moeten ons er bewust van zijn dat iedere beslissing die we maken consequenties heeft.”

Daarom is ze kritisch op buitenlandse hulpverleners en onderzoekers. “Ik heb in mijn carrière met honderden buitenlandse deskundigen en onderzoekers gesproken. Ik heb meegewerkt aan wetenschappelijke rapporten en documentaires. Op basis van deze onderzoeken werden vervolgens conclusies getrokken en maatregelen genomen. Dat is gevaarlijk, want veel onderzoeken zijn subjectief of niet representatief. De realiteit in Bosnië is complex. Je kunt deze samenleving niet begrijpen door te observeren, je moet er onderdeel van zijn.”

21 oktober 2018

Blog #7 – United Nothing

Het verdriet van de gemeenschap en de intense emoties gedurende de afgelopen dagen hebben me niet onberoerd gelaten. Een willekeurig en luchtig gesprek kan zomaar de aanleiding vormen voor tranen die niet stoppen met vloeien. Je weet nooit wat de trigger voor een pijnlijke herinnering is. Verwerken doe je hier samen. En hoewel ik geen onderdeel van de gemeenschap ben, werd ik bij het verwerkingsproces betrokken. Dat was ontzettend bijzonder, maar ook overweldigend tegelijk.

Na de herdenking op 11 juli in Potocari wilde ik even een paar dagen weg. Daarom reden we naar Mostar in het zuiden van Bosnië. Ik had rust nodig, even een andere omgeving, om mijn emoties te laten bezinken. Tijd, voor mijn eigen gedachten en overpeinzingen. Een privilege, ik weet het. Voor de mensen in Pomol is het een realiteit waar ze nooit aan ontsnappen.

Tijdens de urenlange autorit naar Mostar heb ik als een klein kind gehuild. Ongeremd, van verdriet en woede. Zo veel vragen. Waarom deden onze soldaten niets? Waarom is het zo moeilijk voor de Nederlandse staat om te erkennen dat er cruciale en dodelijke fouten gemaakt zijn? Dat door deze fouten een genocide op meer dan 8.000 moslimmannen mogelijk was? Waarom deed de internationale gemeenschap niets?

Niets doen is een politieke keuze. Toekijken en zwijgen zijn dat eveneens. De internationale gemeenschap lijkt niets geleerd te hebben van het bloedbad in Srebrenica. Daardoor zijn etnische zuiveringen in Palestina, Syrië en Myanmar ook vandaag nog mogelijk. En net zoals Dutchbat in 1995 de moslimmannen bij de compound wegstuurde, zo worden vluchtelingen in 2018 aan de grenzen van Europa geweerd.

Van de vluchtelingen die we met mondjesmaat opvangen, verwachten we dat ze terugkeren zodra het thuisland stabiel is. Dat er voor deze mensen niets is om naar terug te keren, doet er niet toe. Sterker nog, in ieder debat over de opvang van vluchtelingen wordt benadrukt hoe fan-tas-tisch het is dat deze mensen na de oorlog kunnen helpen met de wederopbouw.

Maar voor veel vluchtelingen is het heel moeilijk om terug te keren naar de plek waar ze voor de oorlog woonden. Dat zegt Edita, die als psycholoog met oorlogsslachtoffers werkt. Ze denkt dat de verwachtingen van de internationale gemeenschap te hoog zijn. “Ik zou ook niet terugkeren naar een plek die me constant aan afschuwelijke gebeurtenissen herinnert. Jij wel?”

Op zondag 28 oktober verschijnt een interview met Edita over Peacebuilding in Bosnië & Herzegovina.

14 oktober 2018

Blog #6 – El Fatiha

Onderweg naar Pomol vertelt Elvir ontelbare nostalgische verhalen. Over zijn familie, de gemeenschap en het dorp waar hij opgroeide. Over zijn kinderjaren, oude vriendschappen en de liefde. Over zijn plannen en dromen voor een toekomst die er nooit zou komen. “Er is niets terecht gekomen van de plannen die ik voor de oorlog had” zegt hij teleurgesteld.

Na de oorlog verspreidden leden van de gemeenschap zich over heel de wereld. Ze wonen nu in Europa, Australië of de Verenigde Staten. In juli keren veel oud-bewoners terug naar Pomol. Ze bezoeken de nationale herdenking in Potocari en organiseren een herdenkingsdienst voor de slachtoffers van de genocide uit het dorp in de lokale moskee. Verdriet en verlies worden hier samen verwerkt als onderdeel van het doorlopende rouwproces. “Rond 11 juli ontkom je er niet aan. De oorlog is het terugkerende gespreksonderwerp tijdens iedere kop koffie” voorspelt Elvir aan me.

De impact van genocide op een gemeenschap is niet uit te drukken. Althans, niet in woorden die recht doen aan de realiteit. Ik ben zeker tien keer opnieuw aan deze blog begonnen. Schrijven, schrappen, opnieuw schrijven en opnieuw schrappen. Het lukte simpelweg niet om in woorden uit te drukken hoe ingrijpend de gevolgen zijn. En het mag dan behoorlijk cliché klinken, maar deze keer is het echt waar: sommige dingen moet je eerst zelf ervaren.

Ik kwam terecht in een gemeenschap die vanaf de wortel ontwricht is. Een menless society, want van de 200 moslimgezinnen die hier voor de oorlog woonden, liggen er negentig jongens en mannen onder de grond begraven. Sommigen werden systematisch afgeslacht door Servische soldaten, anderen sneuvelden in een wanhopige poging om het vrije territorium nabij Tuzla te bereiken. De mannen die het overleefd hebben, worden gekweld door nachtmerries van gebeurtenissen die ze telkens weer opnieuw beleven.

En hoewel relatief veel vrouwen de oorlog overleefden, zijn veel van hen nooit meer aan leven toegekomen. Dus bidden ze tot Allah en vragen ze Hem om genadig te zijn. Reciteren ze Soerat el Fatiha voor hun verloren mannen, zonen en vaders. Wat is de meerwaarde van het leven, als je alles verloren hebt? Is een mens ooit in staat om zo’n groot verlies te verwerken? Of is een leven in eenzaamheid en intens verdriet het lot dat aan deze vrouwen toebehoort?

Op 11 juli 2018 vond de 23herdenking van de val van Srebrenica plaats. In aanloop naar de herdenking verbleef ik enkele dagen in Pomol, het geboortedorp van Elvir, om te zien welke impact de oorlog nog steeds op de gemeenschap heeft. Ik schreef er een verhaal over op Oneworld.nl. Klik hier om het verhaal te lezen.

7 oktober 2018

Blog #5 – Elvir, deel 4.

Heb je deel 3 gemist? Klik hier om eerst te lezen.

Toen Elvir eindelijk het vrije territorium bereikte, was hij ernstig verzwakt. Het is moeilijk voor te stellen dat de bijna-twee-meter-lange man toen nog maar 49 kilo woog. “Ik moest me laten registreren. Ik zei tegen de medewerker dat hij het gewicht maar naar boven moest afronden. 50 kilo klinkt toch beter” zegt hij met een glimlach en een dosis zelfspot die kenmerkend is voor zijn persoonlijkheid.

“Soms at ik dagen niet. Als ik meerdere dagen op een plek was dan zocht ik naar paddestoelen en fruit. Niemand kan zich op zo’n vlucht voorbereiden, maar wanneer je bezig bent met overleven dan denk je na over alles dat je ooit eens gelezen of gehoord hebt. Paddestoelen maakte ik schoon en liet ik gaar ‘koken’ in een plastic zak met zout. In juli kan de temperatuur hier al gauw tot 35 graden oplopen, dus daar maakte ik gebruik van. Ik volgde het instinct van dieren. Wat voor hen eetbaar en veilig is, is dat voor mensen ook dacht ik.”

Nog elke keer verbaas ik me over de nuchtere toon waarop Elvir over de gebeurtenissen praat. Dat neemt niet weg dat ik soms toch getuige van een kwetsbaar moment ben. Het zijn de momenten waarop ik me ongemakkelijk voel, want wat zeg je tegen iemand die een massaslachting overleefd heeft?

“Ik zou Bosnië nooit verlaten hebben, als het niet nodig was. Ik wilde mijn zoon en dochter een toekomst geven. Daarom vertrok ik naar Nederland” vertelt hij. Ondanks dat Elvir in Nederland de kans kreeg om een nieuw leven op te bouwen, blijft hij terug verlangen naar een verleden dat er nooit meer zal zijn. “Na de oorlog is alles in Bosnië veranderd, dus hier ben ik niet meer thuis. Maar ook in Nederland heb ik me nooit thuis gevoeld.”

Ooit had Elvir de wens om een nieuw huis in Pomol te bouwen, als symbool voor de verbondenheid met zijn geboortegrond. Niet om permanent te wonen, maar om tijdens de bezoeken aan het dorp te verblijven. Het huis kwam er niet; zijn kinderen voelen zich niet op eenzelfde manier verbonden met Pomol. Ze verblijven tijdens de vakanties liever in een grote stad als Sarajevo of ze verkiezen de kust van Kroatië boven het afgelegen geboortedorp van hun vader. Dat weerhoudt Elvir er niet van om regelmatig terug te keren. Hij kan niet anders. “Mijn vader, mijn moeder en mijn oude leven liggen hier begraven” vertelt hij.

30 september 2018

Blog #4 – Elvir, deel 3.

Heb je deel 2 gemist? Klik hier om eerst te lezen.

In 1992 sloot Elvir zich aan bij het Bosnische verzet in het kanton Srebrenica. Regelmatig waren er gevechten en moest hij zich met andere soldaten tegen de aanvallen van het Bosnisch-Servische leger verdedigen. De realiteit van oorlog went snel. Het begraven van de doden wordt haast een routineklus en de dood is altijd dichtbij. Gevoelens van angst verdwijnen naar de achtergrond, maar zullen je jaren later nog achtervolgen.

In april 1993 gaven de Bosniakken in Srebrenica zich over. Na maanden van Servische artelleriebeschietingen stemden zij noodgedwongen in met een bestand. Dit akkoord dwong het Bosnische verzet tot volledige ontwapening. “Toen Srebrenica in juli 1995 alsnog in handen van het Bosnisch-Servische leger viel, waren we geen partij” vertelt Elvir.

Daarom zochten duizenden mannen, vrouwen en kinderen hun toevlucht op de Dutchbat basis in Potocari, maar werden door Nederlandse soldaten weggestuurd. Daarmee heeft Nederland cruciale en dodelijke fouten gemaakt bij het ontruimen van de basis. Dat is erkend in een vonnis van het Hof in Den haag en later in cassatie door de Hoge Raad nogmaals bekrachtigd.

Elvir realiseerde zich dat de enige kans op overleven een vluchtroute door de bossen tussen Srebrenica en Tuzla was. Maandenlang liep hij uitzichtloos door de bergen in de hoop het vrije territorium levend te bereiken. “Ik moest gewonden achterlaten en ik heb mensen zien sneuvelen. Als je zo veel doden ziet, dan heeft dat impact. Die beelden krijg je nooit meer uit jouw hoofd.” Honderden kilometers en maanden later bereikte hij ernstig verzwakt Tuzla. “Toen ik het vrije territorium had bereikt, woog ik nog maar 49 kilo. Er was niks van me over.”

Elvir praat openlijk over de impact van de gebeurtenissen op zijn leven, maar vermijdt de diepere laag. Zijn typisch zwarte humor kan zijn kwetsbaarheid niet verbloemen. “Ik heb het nu moeilijk. Ik herbeleef de gebeurtenissen en ik heb veel nachtmerries. Soms vergeet ik voor heel even wat ik allemaal heb meegemaakt, maar in aanloop naar de herdenking op 11 juli ontkom ik er niet aan.”

“Kan een mens na zo veel ellende ooit nog een ‘normaal’ leven leiden?” vraag ik aan hem. “Je moet er hard voor werken, want het gaat niet vanzelf. Niet iedereen lukt dat. Je moet tegen de pijnlijke gedachten en herinneringen vechten om enigszins normaal te kunnen functioneren. Dat is onderdeel van mijn jihad.”

Deel 4 verschijnt op zondag 7 oktober om 11:00 uur online.