14 april 2019

Blog #18 – Kunnen we even eerlijk praten?

Sinds ik over de negatieve impact van toerisme op de historische medina van Marrakech schrijf, ben ik plotseling zeer bewust van mijn eigen aandeel. Voorheen slenterde ik onbevangen door de medina, maar tegenwoordig ervaar ik deze wandelingen heel anders. Regelmatig word ik overvallen door een gevoel van schuld, schaamte en ongemak. De gesprekken daarover met andere toeristen verlopen meestal moeizaam.

Dat begrijp ik. Het is confronterend om te erkennen dat we met onze aanwezigheid in de medina bewoners benadelen. Dat is in conflict met ons zelfbeeld. De meeste mensen beschouwen zichzelf namelijk als onschuldige toeristen. Ze hebben geen kwade bedoelingen en ze willen ‘gewoon’ even op vakantie. Daarom verweren velen zich tegen ieder appèl op hun morele verantwoordelijkheid. Zo beweren toeristen steevast dat toerisme gunstig is voor de lokale economie en dat bewoners daarvan profiteren.

Maar kloppen deze beweringen? Is toerisme daadwerkelijk gunstig voor de lokale economie? En zo ja, profiteren bewoners daarvan? Of is het vooral een mythe om ons kwetsbare geweten te sussen?

Twaalf seizoenen per jaar zijn de hotels, restaurants en terrassen in Marrakech druk bezet. In de Souk wordt hartstochtelijk afgedongen, gekocht en verkocht. De bedrijvigheid is groot en de medina is volop in ontwikkeling. Het is dan ook niet vreemd dat toeristen aannemen dat hun aanwezigheid gunstig voor de lokale economie is.

In mijn vorige blog schreef ik dat zo’n 30 procent van het GDP wordt bepaald door verdiensten uit de toerismesector. Voorstanders beroepen zich op dergelijke statistieken als bewijs voor de claim dat toerisme gunstig voor de lokale economie is. Maar, zelfs als deze cijfers de claim bevestigen, dan wil dat niet zeggen dat toerisme per se gunstig voor de lokale economie is.

Jan van den Borg, hoogleraar stedelijke economie en toerisme aan de universiteit van Venetië, betoogde al in de jaren “90 dat iedere bestemming een maximale draagkracht heeft. Als de maximale draagkracht eenmaal bereikt is, dan zullen de netto kosten hoger dan de netto opbrengsten zijn. Vaak wordt vergeten dat overlast, afnemende leefbaarheid en het verdwijnen van kleine, lokale, ondernemers als gevolg van toenemend toerisme een prijs heeft. Kortom, toerisme is geen onuitputtelijke bron van economische groei.

Vooralsnog lijkt de Marokkaanse overheid zich niet om de mogelijke negatieve gevolgen van overexploitatie te bekommeren. Er is nog geen kwalitatief onderzoek naar de verhouding tussen opbrengsten en kosten gedaan. Met grootschalige projecten op het gebied van stedelijke vernieuwing trekken ze massa’s nieuwe toeristen aan. Oude, vervallen woningen worden verkocht en gesloopt om plaats te maken voor nieuwe boetiekhotels en horecagelegenheden. Helaas worden de panden niet verkocht aan bieders met de grootste maatschappelijke betrokkenheid, maar aan de bieder met het hoogste bod.

In deze dynamiek kunnen slinkse ondernemers maximaal verdienen aan het uitputten van de publieke ruimte, zonder financiële verantwoordelijkheid voor de maatschappelijke consequenties te dragen. Daarmee worden tegenstellingen tussen arm en rijk, tussen bewoners en toeristen, tussen lokale ondernemers en buitenlandse investeerders vergroot. Dat leidt tot pijnlijke processen van verdringing en uitsluiting.

Toerisme kán gunstig voor de lokale economie zijn. Maar dat hoeft dus niet. Het is een hardnekkige misvatting dat economische groei vanzelf leidt tot verbeterde welvaart voor iedereen. Dat is simpelweg niet waar. Kunnen we daarom in het vervolg een constructief gesprek over de negatieve impact van toerisme en onze morele verantwoordelijkheid voeren? Of zeg voortaan gewoon eerlijk, dat het welbevinden van de bevolking ondergeschikt aan jouw vakantiegenot is.

Previous Post Next Post

Laat een reactie achter

Misschien vind je dit ook interessant